Tagarchief: humor

Club Quiz, de tweede ronde!

Na de eerste competitieronde begin november was het drie december tijd voor ronde twee. Door de ongekende populariteit van de Club Quiz kon de organisatie een nieuw team bijschrijven. Dat is niet alleen goed voor de onderlinge strijd, maar ook voor de gemiddelde leeftijd.

Vier enthousiaste twintigers uit het eerste team van de Korfbalvereniging zullen zich gaan mengen in de strijd om de slimste Dedemsvaarter. Waarom deze twintigers zich toch Senioren 1 noemen, is onduidelijk. Er doen nu tien teams mee aan deze wervelende show. In een ‘mes op tafel’ –achtige setting worden zes rondes met telkens acht vragen afgewerkt. Quizmaster Anne Vledder, met aan zijn zijde een driekoppige jury bestaande uit heer Aalt van de Beld, Henk Janssen en Sien Reurink, weten de teams telkens weer te verassen met hun vragen. De organisatie en alle teams worden door onze barman, Arend Reurink – alias Fred Schuit- voorzien van koffie, thee en alcoholische versnaperingen. Geen gemier en gezeur, de glazen vol tot het randje en wat het kost moet je zelf maar berekenen.

Het was een zeer moeilijke avond. Waar anders geregeld applaus klinkt bij een full pull (alle acht vragen goed), was dat deze avond maar vijf keer.  Een van de vragen was wat een ovideofobie is. Dat leek team Weinstein niet zo lastig in het Netflixtijdperk. ‘Dat is vast angst voor video’s kijken’ Alleen jammer dat je het anders schrijft. Ofidiofobie is slangenvrees. Team Weinstein was trouwen gehandicapt. De man met de meeste hersenen, moest onder het mom van het werk (lees: ‘grote verhuizing’) verstek laten gaan. Dat hij intussen elke land bezoekt waar sneeuw ligt en naar mijn idee alleen maar aan het skiën is, vergeven we hem.

Vrouwen van Nu leken zich helemaal te herpakken na de eerste competitieronde, mede door de lagere school vragen op het gebied van taal, aardrijkskunde en geschiedenis. Maar ze lieten in de laatste ronde dusdanig veel punten liggen, dat ze de winst bijna aan zich voorbij zagen gaan. In de laatste ronde moesten de onderdelen uit een computer geraden worden. Niet alleen de Vrouwen van Nu, maar ook de Balkdenkers bleken hun ‘moederbord’ kapot te hebben, ze hadden respectievelijk maar twee en drie van de acht vragen goed. Tweede achter de Vrouwen van Nu werd de Oranjewijk en op de derde plaats KV Avereest. Nieuwkomers Senioren 1 en Benedenvaart stonden samen op een keurige vierde plaats. Vorige jaren werd de strijd om de laatste plaats steevast uitgevochten door team Weinstein en Hoofdvaart West, maar ook de Iepen mengen zich nu vol overgave in deze strijd. Na het debacle van de eerste competitieronde zakten de Iepen nog verder weg. Met 62 punten hadden ze zelfs 20 punten minder dan vorige keer. Team Weinstein en Hoofdvaart West zitten na hun opleving van begin november weer op hun oude (bedenkelijke) niveau. Na twee rondes gaat De Benedenvaart aan de leiding. Medio januari 2019 zal deze titanenstrijd zijn vervolg krijgen.

Lees hier de eerste ronde van 2018

Club Quiz Dedemsvaart, de eerste ronde!

Na een lange zomerstop kon het hersengymnastiekseizoen 2018-2019 op maandag 3 november eindelijk weer beginnen. Aangezien de organisatie constant bezig is met het verbeteren en optimaliseren van de inhoud van de verschillende vragenrondes,  was het nodig tijd om de naam te veranderen. Want, zeg nou zelf, bij hersengymnastiek denk je toch veel eerder aan omroep MAX, dan aan een stel fris en fruitige teams dat zich in de winter uit de naad werkt om uiteindelijk als slimste Dedemsvaarters gehuldigd te mogen worden? Daarom gaan we voortaan door het leven als Club Quiz Korfbal Dedemsvaart. Waarom moet dan korfbal genoemd worden? Dat heeft twee redenen. Korfbal is Hip & Happening. Het is namelijk de enige sport waar mannen en vrouwen gemengd spelen. De tweede reden, misschien wel de belangrijkste, is dat zij op de speeldagen geheel belangeloos hun kantine ter beschikking stellen.

Terug naar de eerste speelronde, die van 3 november. Je kon duidelijk zien dat iedereen zich weer goed had voorbereid. Encyclopedieën, woordenboeken, atlassen, geschiedenisboeken waren verslonden tijdens de zomerstop. RTL Boulevard, het NOS-sportjournaal, de DWDD, Jinek, Pauw, geen aflevering was overgeslagen. Er waren er zelfs een aantal met een muis-arm, door overmatig computer gebruik. Kortom: de strijd kon losbarsten. En wat een strijd! Het was bijna toneel. Dat de quizmaster bij tijd en wijle zijn eigen invulling geeft aan vragen wordt op de koop toe genomen. Bij een van de vragen waar hij het antwoord wilde op ‘billboard’, omschreef hij deze als een ‘grote ronde harde paal’ met daar bovenop een reclame bord. Met rode koontjes besefte hij de dubbelzinnigheid van zijn vraag en strooide daarmee met name team Weinstein zand in de ogen. Na zes spannende rondes kon de balans opgemaakt worden. Team ‘De Benedenvaart’ werd mede door het strategisch inzetten van de Joker in de Taalronde eerste met een totaal van 99 punten. Ze hadden een klein gat geslagen naar de nummers twee: team de Balkdenkers met 95 punten. Op een keurige derde plaats stond team KV Avereest. Uit deze eerste speelronde kan verder opgemaakt worden dat er werk aan de winkel is voor ‘De Iepen’ en ‘De Flierefluiters’. Tijdens de afterparty, werd er dan ook al gesuggereerd om een trainingskamp (lees: studiereis) te beleggen voorafgaand aan de volgende spelronde. En die is op 3 december.

DE STAGIAIR – Stratenmakers

Zoals een aantal weken geleden aangegeven wil ik een feuilleton gaan creëren, door mijn ervaringen als stagiair aan het papier toe vertrouwen. Het is weliswaar een aantal jaren geleden dat ik stagiair was. Maar het was een mooie tijd, die ik mij nog als de dag van gisteren kan herinneren. Ik was student civiele techniek (in de volksmond: grond- weg en waterbouw) en hunkerde naar het werkende bestaan. Vorige keer had ik mijn sollicitatiegesprek en nu zou ik daadwerkelijk beginnen. De maatschappij in, kijken hoe de proletariërs het er afbrengen.

Ik kwam buiten te werken bij een ploeg stratenmakers. In Groningen noemen ze dat ook wel stroot’nmokers. Ik had van medestudenten gehoord dat stratenmakers bekend staan als een stel ruwe bolsters. Ik paste er daarom niet helemaal tussen: haar in de scheiding, lakschoentjes, handen schoon, broodtrommeltje van Garfield en een liga voor tussen de middag. Zij daarentegen: vette bos haar met een jaren ’80 mat, klompen aan, handen zo groot als mijn voeten en geld voor een vette hap tijdens de schaft. Ik zag dat ze me argwanend aankeken. Ik moest iets doen om ertussen te komen… Ja ik wist het: mannenpraat, dat was de oplossing! Ze hadden het over vroeger, over zware tijden. Dus ik met de stoerste stem die ik in me had:

Zwoare tied’n ? Proat mij niet van zwoare tied’n. Het invoeg’n van de Chinese muur dat war’n pas zwoare tied’n. Ze keken me aan en hun gezicht vertrok. Gelukkig! Ze begonnen voorzichtig te lachen. Ik stelde me voor als de nieuwe stagiair.

Zo, dan konden we nu aan het werk. Als eerste mocht ik met de kruiwagen in de weer. De voorwerker gaf mij de opdracht om een kuub (m3) straatzand van de bult te halen. Na twee kruiwagens dacht ik klaar te zijn, dus bleef ik wachten. De voorwerker kwam eraan en vroeg me of ik wist hoeveel kuub zand er in één kruiwagen gaat. Ongeveer een halve zei ik vol trots. Een kruiwagen was volgens mij ongeveer een meter lang, een halve meter breed en een meter diep. Dat was dus ongeveer een halve kuub. Ze zouden trots op mij zijn: nog geen halve dag aan het werk en nu al zo’n groot praktisch inzicht. Ja, ik zou het ver gaan schoppen. Maar aan het  gelach te horen zat ik er naast. En goed ook: er blijken ongeveer 11 tot 12 kruiwagens in een kuub te gaan. Net zoals er ongeveer 45 klinkers in een vierkante meter gaan. En net zoals er twee kroketten, een patatje met, twee ballen gehakt en die frikadellen speciaal in de middagpauze in een stratenmaker gaan.

 

Het viel mij op, dat er na de pauze nog harder werd gewerkt dan ervoor. Om half drie hadden we de gewenste dagproductie dan ook al gehaald. De mannen pakten in om ’s avonds ook nog te gaan werken, zoals ze zeiden. Dit waren hele goede voor de baas. De hele dag al hard werken, om dan ’s avonds nog even wat extra meters te maken. Maar deze extra meters maakten ze niet voor de baas vertelden ze me. Dat was om “het leven wat draaglijker te maken”. Toen ik zei, dat het enige wat ze zouden dragen over een paar jaar, een onmenselijke pijn zou zijn, kwamen de 4 stratenmakers wel heel dreigend op mij af…. Ik probeerde het nog te redden door te zeggen dat ze in ieder geval al vroeg van hun oude dag konden genieten. Ook dat schoot in het verkeerde keelgat, dus zette ik het op een lopen.

Ik heb het nog een aantal weken kunnen rekken bij de stratenmakers. Aangezien ik nogal atechnisch bleek te zijn -ik kan een maandverband nog niet onderscheiden van een halfsteensverband- gaven de stratenmakers me klusjes, zodat ik toch wat te doen had. Je weet wel, van die standaard stage-klusjes. Ik mocht namelijk van alles halen: plintentrapjes, rubberen flut gutsen en een kubieke meter doorzichtige lucht. Maar toen ik na een aantal weken geen van deze voorwerpen gevonden had, was het volgens de voorwerker tijd om mijn talenten ergens anders te gaan vertonen. Ik zou naar binnen gaan: de calculatie zat te springen om een pientere student…….

 

DE STAGIAIR – Sollicitatie

Ik wil mij de komende weken storten op de natte droom van elke schrijver/blogger. Ik wil een feuilleton gaan creëren. Ik wil mijn ervaringen als stagiair aan het papier toe vertrouwen. Het is weliswaar een aantal jaren geleden dat ik stagiair was. Maar het was een mooie tijd, die ik mij nog als de dag van gisteren kan herinneren. Ik was student civiele techniek (in de volksmond: grond- weg en waterbouw) en hunkerde naar het werkende bestaan. Mijn stageperiode zou daar het begin van zijn. Oh, wat was ik er klaar voor…De komende weken zal ik daarom mijn ervaringen delen van deze magische tijd bij een middelgroot wegenbouw bedrijf.

Het begon allemaal met mijn sollicitatiebrief. Ik had van te voren de nodige sollicitatiehandboeken doorgelezen. Uit deze boeken blijkt dat je zeker van je zaak moet zijn. Je moet je van je beste kant laten zien. Je moet zelfstandig zijn, maar ook goed in een team kunnen werken. Je moet laten zien dat je veel wilt leren en hard kunt werken. Maar hoe laat je zoiets in een sollicitatiebrief zien, zonder dat het er te dik bovenop ligt? Daar wist ik wel wat op. Mijn sollicitatiebrief zag er daarom als volgt uit:

“Geachte heer, mevrouw,

Aangezien ik op het moment hartstikke druk op school ben, met een project waarin we leren samen te werken, dwing ik op deze zelfstandige manier een stage plek bij u af. U begrijpt dus dat ik rustig wacht op een reactie van uw kant zodat we kunnen bespreken wanneer en tegen welke voorwaarden ik zal beginnen met mijn leerproces binnen uw bedrijf. Met vriendelijke groet, uw nederige stagiair”

Ja, ja, hier zouden ze van onder de indruk zijn! Ze zouden op de afdeling P&O steil achterover vallen van zoveel moois. In deze brief zat namelijk alles: het harde werken, het leren, het samenwerken en de zelfstandigheid. En het geheel overgoten met een gezonde portie zelfvertrouwen. Als dit niet zou lukken, dan zou ik altijd nog schoenenverkoper kunnen worden.

Het sollicitatiegesprek bleek een formaliteit te zijn. Het bleek een standaard sollicitatie: over en weer liegen. Zij probeerden mij te overtuigen over hoe goed ze wel niet waren. Kwaliteitssysteem hier, ISO daar, trofee hier, mega resultaten daar. Ze waren ook heel goed in moeilijke afkortingen: UAVgc, EFBQ, Relatics, RAW, BVP, DNV. Ik heb ze allemaal onthouden. Voortaan zou ik geen Scrabble of Wordfeud partij meer verliezen. Toen ik aan de beurt was, heb ik ook lopen liegen. Over hoe goed ze het met mij zouden treffen. Om hun te imponeren heb ik ze ook nog wat afkortingen die mij te binnenschoten voor de voeten gegooid: WAO, AOW en WW.

Uiteindelijk werd besloten dat ik buiten zou beginnen tegen een loon waar een WW-er zich om zou verkneukelen. Maar ja, wat heb ik te willen? Ik ben maar student en eigenlijk al blij met elke cent.

Na het sollicitatiegesprek kreeg ik nog een rondleiding door het kantoor. Dat er in dit bedrijf überhaupt gewerkt werd, verwonderde mij, omdat er zich volgens de naambordjes in elk vertrek wel een manager, hoofd, of  directeur  bevond: directeur algemene zaken, commercieel directeur, manager zandwinning, manager interne zaken, hoofd kenniscluster water en riolering. Ze leken zich zelfs met de Elfstedentocht te bemoeien. Ze hadden namelijk geen Rayonleider, maar zelfs een Rayonmanager! En niet één Rayonmanager, maar zelfs drie. Toen ik deze mannen vrolijk begroette met: ‘It giet on’, keken ze me verward aan en zeiden ze dat ik voor zulk soort opmerkingen beter bij de regiomanager kon zijn. En daar hadden ze ook weer tig smaken van. Ze hadden dus nog meer managers! Ja, je kunt het zo gek niet bedenken of ze hadden er een manager voor.

Na voorzichtig vragen, begreep ik dat ze bij elkaar eenenveertig managers, directeuren of hoofden hadden. Ze waren er zelf al zo aan gewend dat ze hun gezicht strak in de plooi konden houden bij het beantwoorden van  deze vraag. Ik bedoel: een beursgenoteerd bedrijf als Heineken kan aan zoveel managers en directeuren nog een puntje zuigen. De volgende logische stap leek mij om een Captain of Industry of in ieder geval een CEO aan te stellen. Elk zichzelf respecterend bedrijf heeft er namelijk één. Kost wat, maar dan heb je ook wat. En je hebt er gelijk weer een afkorting bij!

Jullie begrijpen dat ik na dit sollicitatiegesprek zwaar onder de indruk mijn verhaal aan het thuisfront verteld heb. ’s Nacht droomde ik maar van één ding: manager worden, maakt niet uit waarvan. Ook al was het van het kopieerhok. Voorzichtig droomde ik van een directeurschap. Oh, wat had ik een zin in mijn eerste stagedag……

 

Kerstboom aftuigen

Kerstvakantie? Ik ben er gek op. Je kunt in die twee weken toch dingen doen waar je anders geen tijd voor hebt. De maand december is altijd zo druk. Wees eerlijk, je wordt geleefd. Waar het echt om draait, kom je als gezin gewoon niet aan toe. Mijn vrouw en ik waren er echt aan toe. We keken er al weken reikhalzend naar uit. Dat we eindelijk weer eens konden doen, waar we maanden al niet meer aan toe waren gekomen. Lees verder Kerstboom aftuigen

Zing, drink, dans, lach, vecht, knooi en bewonder

Ik ben een man van tweeënveertig jaar. Ik heb momenteel een dagtaak aan het in de kop drukken van mijn midlifecrisis. Ik moet allerlei oergedrag constant zien te bedwingen. Ik loop op mijn tenen. Om toch een goed evenwicht te vinden, heb ik mij laatst geprobeerd onder te dompelen in jeugdsentiment. Het idee was om ouderwets te gaan stappen op zaterdagavond en eens flink los te gaan qua drank en dansen.

Ik zou eens flink de bloemetjes en de bijtjes buiten zetten! Ik kom van het platteland en daar stonden wij vroeger in discotheken. De rode draad op zo’n avond was dat de mannen meters bier wegdronken en dat de dames zich het zwart voor de ogen dansten en zongen. Dus niet chillen, loungen of hangen, zoals tegenwoordig. Nee, ouderwets stappen. En dat deed ik in Takens. Takens in Balkbrug in het Noorden van Overijssel. Takens was dé uitgaansgelegenheid van Noordoost-Nederland. Ik zou dus naar Takens gaan. Weliswaar met mijn vrouw, maar dat mocht de pret niet drukken. Mijn feestje werd mooi verpest, want Takens bleek failliet te zijn. Door al dat gechill, gelounge en gehang van de jeugd van tegenwoordig, wordt er niet genoeg omgezet en heeft Takens geen bestaansrecht meer.

En zo zit ik nu op deze zaterdagavond teleurgesteld op de bank naar ‘De Jongens tegen de Meisjes’ te kijken. Mijn vrouw heeft haar stapjurk ingeruild voor de pyjama en ik zit er niet veel florissanter bij. Ik heb zojuist in rap tempo zes flesjes bier opgedronken om toch het oude gevoel te simuleren. Lichtelijk draaierig in mijn hoofd gaan mijn gedachten terug naar die goede oude tijd.

In gedachten loop ik weer als jong mannetje door de zalen van Takens, het vrijgezellencafé en de bowlingbaan. In de grote zaal stond de diskjockey singletjes van vinyl te draaien of was er een ‘drive-in show’. In de kleine zaal werd er opgetreden. Golden Earring, Koos Alberts, Marco Borsato, De Dolly Dots, maar ook Dennie Christian was er geregeld. Dennie Christian kwam vaker dan ons lief was, want hij was standaard de vervanger van André Hazes, die vaak niet kwam opdagen. In beide zalen waren de meters bier niet aan te slepen. Takens was niet alleen van de jongeren, het was van iedereen. Niet alleen de roestige ritsen, maar ook de twintigers en dertigers waren goed vertegenwoordigd en zorgden in hoge mate voor de omzet.

In mijn beginjaren was ik er altijd voor half tien, dat scheelde tien gulden(!) entreegeld en daardoor had ik vijf munten extra. Dan was je toch het mannetje, de hele week hard geleerd en gewerkt en dan gewapend met twintig munten Takens in. De ene zak vol met munten en de ander vol met mannelijke hormonen. Je raadt al welke zak aan het eind van de avond gegarandeerd leeg was.

In Takens was het leven overzichtelijk. Je wist wie bij de entree stond, wie bij de munten stond en wie het bier in tapte, maar ook wie je er desgewenst uittrapte.

Qua overzichtelijkheid was het zelfs zo dat ieder dorp min of meer zijn vaste plek had, zeker in de grote zaal. Aan de linkerkant stond: ‘Nieuwleusen en omstreken’, voorin ‘Dedemsvaart en omstreken’ en achterin bij de diskjockey ‘Balkbrug en omstreken’. De dansvloer was groot en werd vrijwel alleen gebruikt door de vrouwen. Sigaretten in de ene hand en een Bessen Jus in de andere. Het motto was: ‘stappie hier, stappie daar en ook dit dansje is weer klaar’. De mannen stonden natuurlijk te lonken naar zoveel souplesse en choreografie. Ik was, net als de meeste kerels, geen Don Juan. De prioriteiten lagen vaak meer bij bier en sterke verhalen, dan bij de vrouwen. Soms had ik beet en kwam ik met een openingszin: ‘Ben je al eens eerder in de zevende hemel geweest?’ Dan keek ze me vaag aan, want ze had me door het lawaai niet gehoord…Voordat we dan naar buiten gingen, kwam je nog langs de TL-verlichting bij de ingang. Ook dat was typisch Takens en superhandig. Voor beide partijen. Want je kon ‘het vlees’ nog even real-time keuren. Ik noemde dat de zogenaamde ‘TL-controle’.

De TL controle doorstaan? Dan naar buiten, naar het parkeerterrein om daar wat te ‘knooien’. Met de ervaring, die ik nu heb, kan ik het in mijn geval niet anders noemen. Met de handen onder de kleding beha bandjes los proberen te krijgen en vervolgens wat knijpen en frunniken aan de borsten. Vervolgens nog even wat schaamhaar in de war brengen en ook daar wat drukken en wrijven, dat was de rode draad. Na een kwartiertje zeiden ze vaak dat ik er wel mee mocht ophouden. Dat had ik toch maar even mooi gedaan! Ik had haar als een ware Don Juan, met mijn magische handen binnen een kwartier in de zevende hemel laten belanden! Achteraf besef ik, dat ik ze eerder in de hel bracht dan in de hemel met mijn gefrunnik. De meiden kreunden wel, maar dat was eerder van pijn dan van genot.

Soms hadden we geen tijd voor de meiden, dan waren we druk met belangrijke mannenzaken: knokken. Ouderwets matten. Dat hoorde ook bij Takens. Takens had een eigen ‘knokploeg’ bestaande uit potige Balkenezen die nergens voor terugdeinsden. Ze sleepten je de zaal uit en op de parkeerplaats kreeg je nog een paar tikken na. De volgende week was het gewoon weer ouwe jongens krentenbrood.

Ik ben slechts één keer in een vechtpartij beland. Mijn broertje was voor de eerste keer in Takens en zag een paar vervelende gasten uit Zuidwolde. Hij had al veel bier op, dus was vol zelfvertrouwen. Hij wilde ‘matten’. ‘Slecht idee, we zijn zwaar in de minderheid’, probeerde ik nog. Maar hij stroopte zijn mouwen op en daar ging het los. In de kleine zaal, bovenop het balkon. We kregen de nodige tikken, maar onze lange armen die als molenwieken door de lucht maaiden, richtten ook de nodige schade aan. Opbrengst: twee blauwe ogen, twee bloedneuzen en een stuk of wat kettinkjes in onze handen! De uitsmijters zagen dat we in de minderheid waren en dirigeerden ons via de trap naar de keuken. Tien minuten later zaten we op onze fiets naar huis. Nog weer tien minuten later zaten we met bevroren kipfilets op onze blauwe ogen. Kipfilets? Ja, onze ma was nalatig geweest. Ze had de ijsblokjes niet aangevuld. We sliepen vervolgens vredig in.

Ik word wakker. Ik zit in mijn stoel in een donkere huiskamer. Zes flesjes bier naast me. Ik heb een glimlach op mijn gezicht, die er met honderd stokslagen nog niet af is. Dat was ook precies de reden, dat mijn vrouw me heeft laten dromen in mijn stoel. Ik stap op en slaap vredig verder naast mijn bloedeigen Takens verovering. Zij heeft twintig jaar geleden mijn slechte openingszin gelukkig niet gehoord en we hebben allebei de TL-controle doorstaan.binnenkant

Niet voor de poes

Ik maak me zorgen. Normaal gesproken ben ik aardig rustig, maar sinds enige tijd maak ik mij zorgen. Echt zorgen. Om de vrouwen in Nederland. En ik kan er met mijn vrouw niet over praten. Straks verbergt zij het ook voor mij. En dat terwijl ik net verlost ben van mijn vorige angst en die was ook al vrouw gerelateerd. Ik had last van menofobie. Lees verder Niet voor de poes